Dyslexie en leesproblemen
Werkwijze
Dyslexie is een stoornis bij het technisch leren lezen en/of spellen. Deze stoornis gaat nooit meer over en heeft niets met intelligentie te maken. Hulp bij lezen is vaak nodig als kinderen moeite hebben met lezen. Leerkrachten hebben dan een "niet pluis" gevoel bij de vooruitgang van het technisch lezen van een kind. De school heeft vaak niet genoeg menskracht om kinderen met leesproblemen en dyslexie extra te helpen. Hulp is heel vaak hard nodig, omdat deze kinderen een zeer grote achterstand met lezen kunnen krijgen en vaak in de bovenbouw het onderwijs onvoldoende kunnen volgen. De teksten zijn te moeilijk en te groot. Het ontbreekt deze kinderen aan een vlot leestempo.
Ons bureau geeft hulp bij leesproblemen en dyslexie. Het uitgebreide hulpprogramma bestaat uit een flitsprogramma, flitskaarten, woordrijen, tekst lezen en fotoboekjes.
Alvorens te beginnen met de behandeling wordt eerst een intake uitgevoerd. Het kind met leesproblemen wordt getest. We gebruiken de volgende testen (indien nodig): DMT (drie-minuten-toets), AVI-kaarten, Visusynt, letters benoemen, audisynt, visdist, visant, begrippen, audist, woorden nazeggen, PI-dictee, letterdictee en audant.
Naar aanleiding van de toetsen wordt een analyse gemaakt en het niveau bepaald. Aan de hand daarvan wordt een behandelplan opgesteld.
De therapie bestaat verder uit een verandering aanbrengen in het gedrag rond het leesproces. In eerste instantie wordt gewerkt aan succeservaringen. Kinderen met leesproblemen hebben vaak een negatief zelfbeeld ("Ik kan het toch niet", is vaak wat ze zeggen) wat betreft lezen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het ABC analyse-model, de wacht, hint, prijs theorie en de time on task. Dit laatste is een registratiemiddel voor taakgericht gedrag tijdens een individuele behandeling.
Meer informatie volgt later. Wilt u nu al meer weten neem dan contact op met Tinus de Vreede.
Wat is dyslexie?
Wat is dyslexie? In 1995 verscheen er van de hand van de Commissie Dyslexie van de gezindheidsraad een rapport waarin de definitie van dyslexie te lezen valt:
"er is sprake van dyslexie wanneer de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt".
Uit de huidige stand van de wetenschap komt naar voren dat dyslexie zijn oorsprong heeft in structurele tekorten in het functioneren van de hersenen, en zich uit in gebrekkige automatisering van het technisch lezen en/of spellen. Hierbij komen bij mensen met dyslexie op een of meer van drie gebieden problemen voor:
Verklanken
Lezen en spellen zijn vaardigheden, waarvoor instructie nodig is. Voordat een kind gaat lezen leert het mondeling taalgebruik in zijn eigen omgeving. Het kind is bekend met de uitspraak, klank en de betekenis. Bij het leren lezen en spellen worden de klanken (fenomen) gekoppeld aan lettersymbolen (grafemen), de zogenaamde foneem-grafeemkoppeling. De betekenis van een woord speelt hierbij geen rol meer. Met de letters uit het alfabet en een aantal samengestelde klanken (bijvoorbeeld eu, ei) kunnen we alle klanken en woorden in onze taal vormen. Zo bestaat /boom/ uit de klanken /b/ /oo/ /m/. Bij de aanvang van het onderwijs leert de leerling in eerste instantie de belangrijkste (combinaties van) letters en de bijbehorende klanken kennen. Hij leert dat uit grafemen woorden te vormen zijn (lezen) of dat fonemen in grafemen zijn weer te geven (spellen). Dit proces noemen we ook wel 'decoderen' en is bij veel kinderen met dyslexie een groot probleem.
Automatiseren
Hierna leert het kind een woord in een keer te herkennen: de directe woordherkenning. De lengte van de geleerde woorden neemt toe. In de eerste instantie gaat het vooral om dat het kind zo accuraat mogelijk leest. Gaandeweg komt het element tempo hierbij, totdat het kind in staat is bij wijze van spreken automatisch een woord te herkennen. Pas dan is het goed mogelijk op zins- en tekstniveau te werken en komt het kind toe aan de betekenis. Dyslectici lukt het beduidend minder goed dan anderen om de verkorting en de versnelling van het leesproces te ontwikkelen. Ze blijven daardoor vaak in het decodeerproces hangen, waardoor automatisering van het lezen en spellen onvoldoende tot stand komt.
Werkgeheugen
Hier gaat het er niet zo zeer om dat het kind de informatie niet opslaat, maar die niet snel kan ophalen. Dit is vaak te merken doordat mensen met dyslexie niet makkelijk op woorden kunnen komen. Of heel omslachtig zijn in het omschrijven van dingen. Als je iets leest en de snelheid waarmee je informatie uit je geheugen terugkrijgt niet in de pas loopt met het tempo waarin je leest, stoort dit het leerproces.
Dyslexie, zo wordt in wetenschappelijke kringen nu algemeen aangenomen, heeft een neurologische basis. Albert Galaburda onderzocht de hersenen van overleden dyslectici en vond anatomische verschillen in de zenuwbundel die het oog verbindt met onder andere de visuele cortex in vergelijking met mensen zonder dyslexie.
Andere onderzoekers stellen dat de verbinding van het visuele systeem met het verbale systeem onvoldoende functioneert. Ook kan worden gedacht dat de vertaling van visuele informatie in een auditieve vorm onvoldoende tot stand komt. Recent is bij mensen met dyslexie een gebrek aan myeline gevonden in de hersendelen die zijn betrokken bij taalbegrip, een stof in de witte substantie die zorgdraagt voor de snelheid van informatieoverdracht (Gabrieli).
Familieonderzoek lijkt te suggereren dat er bij dyslexie ook een erfelijke factor meespeelt. Vaak zien we bij dyslexie een groot verschil tussen taalvaardigheid en andere talenten. Zo blinken dyslectici vaak uit in ruimtelijk voorstellingsvermogen. Hierdoor vinden we in studies aan een technische universiteit, zoals Bouwkunde, Industrieel Ontwerpen, vaak meer studenten met dyslexie terug dan in andere studies. Ook aan academies voor beeldende kunst zien we vaak studenten met dyslexie studeren. Het verschil met de overige talenten is vaak erg groot, wat tot frustratie kan leiden omdat het niveau niet gehaald kan worden dat hoort bij dat talent: de taal is te prominent aanwezig in het voortraject om zomaar te kunnen passeren. Vaak zien we dan voor dyslectici een studieloopbaan ontstaan die loopt van MAVO (vmbo) naar MTS, naar HTS en uiteindelijk een technische univerisiteit. Op die manier wordt de taal voor een belangrijk deel in het voortraject omzeild.
Kurzweilprogramma
Onderwijsbureau de Vreede² is voornemens aan te schaffen het programma Kurzweil leerstation. Dit programma is speciaal bedoeld voor dyslectische leerlingen.
Het programma heeft als doel oefenen, remediëren en compenseren. Het kan toegepast worden bij luisterend lezen, actief (mee-_lezen, tekstbegrip, vreemde talen, spellen en schrijven, leren en studeren en structureren.
De te lezen tekst wordt ingescand met een speciale scanner en de leerling kan d.m.v. een koptelefoon de ingescande tekst beluisteren en meelezen. De snelheid van de cursor kan worden ingesteld, zodat de leerling zelf het tempo van de tekst kan bepalen.
Tevens heeft het programma woordenboeken in vier verschillende talen en bijbehorende uitspraak. Ook leest het programma Encarta (encyclopedie) en toont het afbeeldingen. Het heeft ook woordpredictie d.w.z. dat het meespreekt bij typen. Het programma helpt de leerling ook bij het schrijven d.m.v. gesproken spellingcontrole.
Ook is het mogelijk om met een speciale taakbalk in windows te werken. Kortom, het programma ondersteunt dyslectische leerlingen bij hun studie en maakt dat de leerling zich maximaal kan ontplooien.
Tarieven
| intake, toetsing, analyse en opstellen behandelplan (2,5 uur) | € 150,- |
|---|---|
| per half uur | € 32,50 |
Tijden
Hieronder vind je de dagen dat je terecht kan voor Dyslexie. De kinderen kunnen op deze dagen terecht tussen de tijden die hieronder vermeld staan en ook volgens afspraak.
Tussen 18.00 uur en 19.00 uur zijn we aan het eten.
| Maandag | Van 12.00 uur tot 21.00 uur |
|---|
